Categoriearchief: Publieke evenementen

In de voetsporen van Cajanus

“In de voetsporen van Cajanus” heet het evenement in het Oliehuis dat op zondag 22 januari van 12.00 tot 15.00 uur plaatsvindt. Met Michael Poels die in maart in de opera Cajanus speelt en zingt.

Op zaterdag 21 januari  om 13.00 uur zal de stadstroubadour Feddie Kuiper bij de Cajanuspilaar het Cajanuslied zingen en wel in de aanwezigheid van twee hele lange mannen: Brahim (2 meter 47) uit Marokko en Abdramane (2 meter 37) uit Ivoorkust.

Het verhaal van Cajanus vindt u hier

In maart zal in de Grote of Sint Bavokerk de opera “Cajanus een gigantische opera” worden uitgevoerd. Meer info hierover bij onze evenementen.

Print dit artikel Print dit artikel

Programma Bavodag 2016

Elk jaar wordt door onze Vereniging een Bavodag georganiseerd. Meestal is dat de eerste zaterdag op of na 1 oktober, de naamdag van Sint-Bavo.

Dit jaar vindt de Bavodag plaats op zaterdag 1 oktober. De Grote of St.-Bavokerk is dan vrij toegankelijk voor iedereen.

img_016944Het model van de Bavotoren van Theo van Paradijs zal de hele dag tentoongesteld worden. Het model is verder geperfectioneerd.

Om 14.00 uur wordt het boek ‘Haarlem als Hollands Jeruzalem – De oorsprong van de toren van de Grote of St.-Bavokerk’ van Thomas von der Dunk op het hoogkoor gepresenteerd. Het boek is een uitgave van de Historische Vereniging Haerlem.

  

 Programma Bavodag, 1 oktober 2016

Tijd
11.30-11.50 carillonspel door stadsbeiaardier Rien Donkersloot
12.00-12.05 welkomstwoord door voorzitter Jean Laurey
12.05-12.25 optreden van gitarist Sjoerd van Houten
12.30-12.50 demonstratie van de slingerproef van Foucault
13.00-13.20 orgelconcert op het Müllerorgel door Gijs Boelen; op het programma staat muziek van de componist Niccolò Moretti (1763-1821)
13.30-13.50 optreden van het trombone-ensemble van het Conservatorium van Amsterdam
14.00-14.20 presentatie van het boek ‘Haarlem als Hollands Jeruzalem – De oorsprong van de toren van de Grote of St.-Bavokerk’ op het hoogkoor; aansluitend is het boek te koop
14.30-14.50 optreden van zangeres Nienke Oostenrijk, begeleid door Gijs Boelen op het Müllerorgel; op het programma staan ‘Una lacrima (preghiera) van Donizetti en ‘Tonat coelum cum furore’ van Piazza
15.00-15.20 optreden van het mannenkoor Barbers & Bishops; op het programma staat onder meer ‘Perfect day’ van Lou Reed en ‘God only knows’ van The Beach Boys, maar ook ‘Tes Beaux yeux’ van Sweelinck
15.30-15.55 demonstratie van de slingerproef van Foucault
16.00-16.20 optreden van het Camusette Consort o.l.v. Willem Mook; op het programma staan werken van Josquin des Prez (c. 1450-1521)
16.30-17.00 optreden van het jazzkwartet Rogier van der Tweel
Print dit artikel Print dit artikel

Elfde-eeuwse Haarlemmer onder oude Bavo ontdekt

De in februari bij archeologische opgravingen in de Grote of St.-Bavokerk gevonden botten blijken uit de elfde eeuw te stammen. Daarmee zijn het de oudste menselijke resten die tot nu toe in Haarlem zijn gevonden.

Met deze samenvatting begint Richard Stekelenburg een artikel in het Haarlems Dagblad waarin hij praat met stadsarcheoloog Anja van Zalinge en Sem Peters.

Klik hier voor het hele artikel.

Print dit artikel Print dit artikel

Archeologische vondsten in februari 2016

Archeologisch onderzoek

Door Anja van Zalinge – Stadsarcheoloog.
Maart 2016.

Anja van ZalingeDe puzzeltocht naar de contouren van de voorgangers van de Grote- of St. Bavokerk is in de eerste week van februari verder gegaan. Het onderzoek werd voor de derde keer uitgevoerd, en ook nu weer in vijf dagen. Elke keer een paar dagen, dat doen we vooral om het huidige gebruik van de kerk zo min mogelijk te verstoren.  Maar ook omdat het onderzoek net als een puzzel is, waarbij we steeds een stukje vinden, het grondig onderzoeken en erover nadenken om daarna weer een puzzelstukje te zoeken en  te leggen.

Afgelopen twee jaar vonden we de muren van een tufstenen en bakstenen kerk, voorloper(s) van de huidige kerk. Daarvan zijn de muren aan de zuidkant (2014) en de oostkant en deels de westkant (2015) gevonden. Dit jaar (2016) is de noordmuur onderzocht en hebben we gekeken of er nog een oude ingang van de toenmalige kerk  aanwezig is. Ook is geprobeerd om de oude restanten die we afgelopen zomer in een kelder onder de zeventiende eeuwse predikantenkamer onderzochten, op te zoeken buiten de kelder, in de kerk zelf.

De noordmuur hebben we goed kunnen blootleggen en bestuderen. Op de plek waar een ingang zou moeten zitten op basis van de afmetingen van kerken uit die tijd, was de muur inderdaad onderbroken. De groffe en rafelige toestand van de muur en het ontbreken van een mooie gladde afwerking, die je bij een ingang eigenlijk zou verwachten, doet ons nog wel een beetje twijfelen. Wat betekent dit? Het puzzelstukje is nog niet helemaal gelegd.

Aanzicht muren bij predikantenkamer
Aanzicht muren bij predikantenkamer

Datzelfde geldt voor de muur bij de predikantenkamer. De dertiende eeuwse kloostermoppen konden van deze kant helaas niet worden bekeken omdat we al snel last kregen van opwellend grondwater en omdat er restanten van een begraving op die plek lagen. Om hier goed te kunnen onderzoeken moet je eigenlijk grootser uitpakken en een groter oppervlakte openleggen, liefst met pompen.

 

 

De ingang in de muur
De ingang in de muur

Het onderzoek levert vooral muurwerk op en nauwelijks voorwerpen. Dat komt omdat de meeste grond, tot zo’n dikke twee meter onder de zerken, behoorlijk verstoord en verrommeld is door allerlei  graafwerkzaamheden in voorgaande eeuwen. En daarna zijn bijna alle begravingen verdwenen, daarvan vinden we alleen nog wat los botmateriaal.

Voor het eerst hadden we de tijd om de losse grond die onder de zerken werd uitgegraven op een zeef te verwerken. Op de zeef blijven alle aanwezige vondsten liggen. Vooral de allerkleinste, die je met de schep niet kunt zien, worden daardoor toch gevonden. Ook de vondsten die te klein zijn om met de metaaldetector  op te sporen blijven op de zeef achter.

Zeven van het opgespitte zand
Zeven van het opgespitte zand

Hierdoor zijn er dit jaar meer voorwerpen gevonden dan tijdens voorgaande onderzoeken, ook uit de diepste, oudste lagen. Er zijn veel kleine stukjes aardewerk, zeer nuttig voor het dateren van de bodem en de muurwerken. Maar ook veel oude knikkers, fragmenten van sieraden, spelden van de lijkwades, knoopjes en haakjes van kleding en munten kwamen tevoorschijn.

Enkele bijzondere vondsten zijn onder meer een stukje textiel met gouddraad, een muntgewichtje van de Antwerpse gouden munt de Nobel en een zeldzaam dertiende-eeuws muntje. De oudste vondst is een vuurstenen pijlpuntje uit de Steentijd. Die moet uit het strandwalzand, waar de kerk op is gebouwd, zijn gekomen. In de tijd ver voor Haarlemmers hier ter kerke gingen liepen er al jagers/verzamelaars op de plek die we nu Grote Markt noemen.

Drie voorbeelden van vondsten die gedaan zijn:

Vuurstenen pijlpunt

In de prehistorie bestond het gebied dat nu Haarlem heet uit hoge en droge strandwallen waarop uitgestrekte bossen groeiden. Tussen de strandwallen lagen grote veenmoerassen. De eerste mensen kwamen in de late steentijd (3600 – 2000 v. Chr.)uit het de omgeving van het Gooi en de Utrechtse Heuvelrug naar de kust. Zij waren jagers en verzamelaars. Ze woonden in hutjes en trokken van plek naar plek. Die hutjes bouwden ze op de hoge strandwallen, daar konden ze  droog wonen en uitstekend  jagen en vissen. In Haarlem vinden we vooral bewijzen van hun aanwezigheid door de (vuur)stenen gebruiksvoorwerpen die we  aantreffen in het strandwalzand.  De in Haarlem gevonden vuurstenen pijlpuntjes zijn op een hand te tellen.  Daarom is de vondst van dit pijlpuntje zeker bijzonder te noemen.

Gouddraad/brokaat

Textiel vinden we nauwelijks bij begravingen tot nu toe. Dat komt omdat mensen lange tijd alleen in lijkwades werden gegraven en diezijn in het zand van de bodem vergaan. Maar ook daarna, als men in de eigen kleding wordt begraven, vinden we weinig daarvan terug. In de Bavo zijn de meeste begravingen verdwenen, dus de kans op restanten van kleding is nihil. Toch hebben we twee fragmenten textiel  gevonden. Een daarvan is een stukje brokaat. Brokaat is een zijdeweefsel met ingeweven figuren, meestal met goud-of zilverdraad. Het gouddraad is bij dit fragment nog goed zichtbaar. Het is zeker van een ‘rijke stinkerd’ geweest, want dit is een duur soort textiel.

Muntgewichtje

Laat 16e eeuw

Lange tijd waren er bij de handel in Haarlem vele, verschillende valuta in omloop. Hierdoor was de geldwisselaar een bekend verschijnsel in het stadsbeeld. Bij hem kon men allerlei soorten valuta wisselen. De geldwisselaar gebruikte muntgewichtjes om te bepalen van welke valuta een munt was en het waard was.

Het gewichtje dat in de Bavo is gevonden is van een Antwerpse munteenheid, de nobel. Dat is een gouden munt met daarop een schip afgebeeld. Op het gewichtje staat aan de ene kant het schip en aan de andere kant het Antwerpse handje. Het gewichtje is net als de munt 6,7 gram.

Print dit artikel Print dit artikel

Toespraak bij de presentatie Bavodeel Grafmonument Brunings & Conrad

Toespraak door Willem R. de Jong ter gelegenheid van de presentatie van het Bavodeel over het grafmonument van Christiaan Brunings en Frederik Willem Conrad in de Grote of St.-Bavokerk op 12 december 2015.

Het is al weer ruim een jaar geleden dat hier op deze plek aandacht werd besteed aan de restauratie en terugplaatsing van het grafmonument voor Christiaan Brunings en Frederik Willem Conrad. Vorig jaar, 22 augustus 2014, vertelde Theo van de Gazelle, plaatsvervangend directeur-generaal van Rijkswaterstaat al het één en ander over de verdiensten van vooral Christiaan Brunings, grondlegger van wat thans Rijkswaterstaat heet, voor de waterbeheersing in Nederland. En ik mocht toen wat vertellen over de geschiedenis van het grafmonument van deze twee befaamde waterbouwkundigen. Ik heb toen o.a. duidelijk proberen te maken dat het eigenlijk om twee gedenktekens gaat, het ene – de urn bovenop het monument voor Brunings en het andere, een grafmonument voor Conrad met een bijzonder fraai basreliëf waarop de uitwateringssluizen in Katwijk worden uitgebeeld. Mijn verhaal van toen keert uiteraard terug in deeltje 13 van de Bavoreeks zoals dat thans wordt gepresenteerd. Vandaag wil ik enkele ander accenten leggen.
De relatie tussen Christiaan Brunings en Frederik Willem Conrad en hun werk ten behoeve van het hoogheemraadschap Rijnland kwamen indertijd wat minder goed uit de verf. Maar we staan hier wel bij een grafmonument waar beiden zijn begraven. En wat aan dit monument het meest de aandacht trekt betreft een groot waterbouwkundig project van Rijnland.

Christiaan Brunings was ten tijde van zijn overlijden in 1805 niet alleen “Directeur-Generaal der Rivier- en Zeewerken der Bataafsche Republiek”, maar ook “Generaal Opziener” van het Hoogheemraadschap Rijnland. Zijn protegé en leerling Frederik Willem Conrad volgde hem na zijn dood direct in de laatste functie op. Een kleine twee jaar later werd Conrad ook benoemd in de nieuw ingestelde functie van “Inspecteur-Generaal van de Waterstaat van het Koninkrijk Holland”. Maar op 6 februari 1808 overlijdt Conrad aan de gevolgen van roodvonk. Hij werd slechts 38 jaar oud en overleed nog geen drie jaar na Brunings. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat Van de Gazelle over Conrads eigen bijdrage aan de Nederlandse waterstaat niet zo veel te melden had.

Kort geleden was hier in deze kerk de tentoonstelling “Zullen we vrienden worden” ter gelegenheid van het veertig jarig bestaan van de Vereniging Vrienden van de Grote of St.-Bavokerk. Op die tentoonstelling werd ook aandacht gevraagd voor de restauratie van het monument van Brunings en Conrad. Daar viel o.a. te lezen:

Brunings had een pupil, in de persoon van de in 1770 geboren Willem Frederik Conrad. Hun relatie had veel weg van die van een vader en zoon. Conrad ging in 1797 zelfs met zijn gezin bij Brunings inwonen in Spaarndam.

Bij de mededeling dat Brunings was als een vader voor Conrad heb ik niets op te merken. Het verhaal dat Conrad met zijn gezin bij Brunings zou hebben ingewoond heb ik vaker gelezen. Maar het is wel een sprookje. Om dit duidelijk te maken ga ik even terug naar de periode waarin Brunings bij Rijnland in dienst kwam.

Christiaan Brunings leerde de wereld van de waterstaat kennen via Jan Noppen, “toeziener” van het Hoogheemraadschap Rijnland te Spaarndam. Noppen onderwees hem o.a. in sterrenkunde, meteorologie en waterbouwkunde. Noppen overleed in november 1764 en Brunings solliciteerde met succes op de ontstane vacature. Ik citeer:

In het volgende jaar 1765, op den 25sten Mei, en dus in het 29ste zijnes ouderdoms, werd hij in deszelfs plaats aangesteld als Toeziener van het hoogheemraadschap van Rijnland, in het kwartier van Spaarndam, en vervolgens bij verwisseling, met den heer Jan Engelman, die destijds in diezelfde hoedanigheid op halfwege Haarlem geplaatst was, op den 2den Julij van datzelfde jaar, als Toeziener op den Spaarndamschen dijk en de sluizen bij den huize Zwanenburg, op welk gemeene-landshuis van Rijnland hij dan ook vervolgens, tot aan zijnen dood, en dus omtrent 40 jaren, zijn verblijf gehad heeft.

Deze woorden komen uit een Prijsverhandeling, betreffende het leven en de verdiensten van Christiaan Brunings van de hand van niemand minder dan zijn leerling en opvolger Conrad. Kortom, naar het mij dunkt, een tamelijk onverdachte bron. Kennelijk is Brunings al heel kort na zijn aanstelling als toeziener van Rijnland te Spaarndam verhuisd naar het gemeenlandshuis in Halfweg, Huize Zwanenburg.
Frederik Willem Conrad werd in 1769 in Delft geboren. Hij werd op jonge leeftijd wees en werd opgeleid tot ingenieur van de genie. In 1787 werd Conrad, toen nog slechts achttien jaar oud, benoemd tot adjunct-landmeter in Holland. Hierdoor kwam hij in contact met Brunings en werd al snel diens assistent. In 1796 werd Conrad onder Brunings, die hem inmiddels als zijn rechterhand beschouwde, aangesteld als adjunct-generaal opziener van Rijnland. Hij betrok toen het gemeenlandshuis te Spaarndam, de dienstwoning waar Brunings zo’n dertig jaar daarvoor slechts een paar maanden had gewoond.

Maar ik stap met zevenmijlslaarzen over naar het laatste project van Rijnland in de voorbereiding waarvan Brunings en Conrad betrokken waren. Dit is de uitwatering bij Katwijk. Brunings was aanvankelijk van mening geweest dat de uitwateringsproblemen van Rijnland zouden kunnen worden opgelost door en extra spuisluis bij Halfweg, maar van deze extra sluis is het nooit gekomen. Ook plannen om de Haarlemmermeer in te polderen werden toentertijd als technisch nog te riskant beschouwd. Een andere optie was de aanleg van een uitwatering naar zee bij Katwijk. Maar het duurde wel even tot daartoe besloten werd. Conrad was voorstander van dit project. Brunings overleed kort na het begin van de werkzaamheden, die onder leiding stonden van Conrad.

En hiermede kom ik weer terug op het grafmonument van Brunings en Conrad. Meer in het bijzonder, het basreliëf:

Relief BenC IMG_015956 zw

Afb. 1 – Basreliëf van Jozef Geefs op het grafmonument voor Frederik Willem Conrad.

 Tijdens de al gememoreerde tentoonstelling “Zullen we vrienden worden” viel over dit reliëf te lezen:

Rechts staat Poseidon [Neptunus] afgebeeld, de god van de zee en beschermer van de wateren. Hij vaart op de golven van de Noordzee in een bootje dat wordt voortgetrokken door twee zeepaarden en wordt vergezeld door zijn zoon Triton, een meerman. Links op het reliëf rust Demeter, de godin van de landbouw, met haar rechterarm op een kruik, waaruit het water van de Rijn stroomt. In haar linkerhand houdt zij de hoorn des overvloeds …

Wel, dit is wat mij betreft een prima beschrijving. Maar ik zou er nog wat aan willen toevoegen. Ik denk namelijk dat ik de eerste ben die de vrouwenfiguur links op het reliëf heb aangeduid als de godin Demeter. Wolff sprak heel lang geleden rijkelijk vaag van “een vrouwenbeeld, voorstellenden den verbeterden landbouw van Rijnland”. En daar was ook wel aanleiding toe. Demeter is de godin van de landbouw, maar breder ook moeder aarde en godin van de vruchtbaarheid. Ze wordt gewoonlijk staande afgebeeld als een wat moederlijk figuur met in haar hand een bosje tarwearen of soms ook de hoorn des overvloeds. Bij mijn weten nooit als een jonge vrouw zittend met een stroomkruik onder haar arm. Ik heb indertijd proberen te achterhalen waar deze afbeelding aan was ontleend; evenwel niets gevonden.

Maar een paar maanden geleden, toen ik mijn manuscript eigenlijk al had afgesloten, attendeerde Jean Laurey me op een medaille uitgereikt aan de genodigden bij de ingebruikname van de uitwatering te Katwijk:

Bronzen herinneringsmedaille

Afb. 2 – Bronzen herinneringsmedaille ingebruikstelling van de uitwatering te
Katwijk in 1807 (Historische Collectie Hoogheemraadschap Rijnland).

De voorzijde van de medaille toont een zittende stroomgod met onder zijn rechterhand een kruik waaruit rivierwater stroomt en in zijn linkerhand de hoorn des overvloeds. Deze stroomgod verbeeldt de Rijn. Daarnaast verschijnt ook Neptunus vergezeld door Triton. Het geheel symboliseert zoals het randschrift zegt het herstel van de oude monding van de Rijn. De achterkant van de medaille toont de toenmalige buitensluis.
Beeldhouwer Jozef Geefs heeft in het basreliëf voor het grafmonument de afbeeldingen op voor- en achterkant van de medaille samengenomen. Maar tegelijkertijd is de zittende stroomgod met stroomkruik en hoorn des overvloeds vervangen door een lieflijk neergevlijde Demeter, godin van de landbouw voorzien van dezelfde attributen.
Deze vervanging valt goed te begrijpen. Immers, de Oude Rijn werd al in 1122 bij Wijk bij Duurstede van de Rijn afgedamd. M.a.w. de Rijn die via de uitwateringssluizen van Katwijk opnieuw verbonden werd met de Noordzee was al heel lang niet meer vadertje Rijn. Afwateringskanaal en sluizen dienden enkel en alleen de uitwatering van Rijnland. Het hoogheemraadschap nam de kosten voor de aanleg dan ook volledig voor zijn rekening. Demeter, de godin van de landbouw, staat voor Rijnland en zijn toegenomen vruchtbaarheid als gevolg van de verbeterde uitwatering.

Tot slot nog één opmerking. Frederik Willem Conrad overleed zeer vroegtijdig, kort nadat hij was aangesteld als hoofdopziener van Rijnland en directeur-generaal van de Nederlandse Waterstaat. Dit maakt, misschien mede doordat hij heel lang onder Brunings met hem heeft samengewerkt, dat hij altijd in de schaduw van Brunings zal blijven staan. In rekening brengende de verdiensten van beide waterbouwkundigen is het naderhand toegevoegde gedenkteken voor Conrad, naar mijn bescheiden mening, toch wel wat erg groots uitgevallen vergeleken met dat voor Christiaan Brunings. Maar dit komt geheel voor rekening van Frederik Willem Conrad jr., jongste zoon en naamgenoot van Frederik Willem Conrad.

Hier wou ik het voor dit moment maar bij laten. Voor de rest van het verhaal verwijs ik u naar het boekje.

Deze toespraak is ook als pdf document beschikbaar: 

 

Print dit artikel Print dit artikel

Nieuw Bavodeel over het grafmonument van Brunings en Conrad

Tijdens de derde Adventszaterdag op 12 december 2015 vindt in de viering, voor het grafmonument van Brunings en Conrad om 15:00 uur de presentatie plaats van het 13e deel in de Bavoreeks: Het grafmonument van Christiaan Brunings en Frederik Willem Conrad in de Grote of St.-Bavokerk te Haarlem.

Bavo omslag _13Het Bavodeel is geschreven door Willem R. de Jong, voorzitter van het college van kerkrentmeesters van de Protestantse gemeente Haarlem-centrum.

De publicatie volgt op de restauratie van het grafmonument dat vorig jaar werd afgerond.

Tijdens de feestelijke bijeenkomst op 22 augustus 2014 in de Grote Kerk ter afsluiting van de restauratie gaf Willem de Jong in een toespraak een inkijkje in zijn speurwerk naar de geschiedenis van het grafmonument. Het verslag daarover dat nu uitkomt als deel 13 van de Bavoreeks is opmerkelijk, met onverwachte spelers, die soms schuil gaan achter een pseudoniem.

Het Bavodeel is voor leden op vertoon van hun lidmaatschapskaart gratis op te halen bij de Vriendentafel in de kerk. Het is ook in de winkel van de kerk te koop.

Print dit artikel Print dit artikel

Hannie Schaft herdenking

Sybrand Buma als Gastspreker op Herdenking zondag 29 november 2015. Eénmalig in de Grote of St.-Bavokerk.

HannieSchaft3Het bestuur van de Stichting Nationale Hannie Schaftherdenking nodigt u uit om op zondag 29 november a.s. Hannie Schaft te herdenken éénmalig in de Grote of St.-Bavokerk in Haarlem, op de tijd en de plaats waarvandaan 70 jaar geleden Hannie Schaft werd herbegraven. Bij deze herbegrafenis waren destijds Koningin Wilhelmina, Prins Bernard en Prinses Juliana, het voltallige kabinet en duizenden mensen aanwezig.

Het Herdenkingsprogramma begint om 13:00 uur. Inloop vanaf 12:00 uur.
Aansluitend is een Stille Tocht naar het Kenaupark. Aldaar wordt de plechtigheid met een kranslegging afgesloten.

Op het programma staat -naast diverse solisten- het Koninklijk Haarlems Mannenkoor Zang en Vriendschap dat destijds ook optrad op de Herbegrafenisdienst in 1945. Gastspreker is Sybrand Buma, Voorzitter van de Tweede Kamer fractie van het CDA. Bovendien zullen vertegenwoordigers van drie generaties over hun banden met de Tweede Wereldoorlog vertellen.

Bronnen:
hannieschaft.nl
joodsmonumenthaarlem.nl

Print dit artikel Print dit artikel

Archeologisch onderzoek – een aantal zerken gelicht

Op maandag 26 januari is een vervolg gegeven aan het archeologisch onderzoek dat vorig jaar in de Grote Kerk plaatsvond.

Een aantal zerken werd gelicht, zodat in de daarop volgende dagen nader onderzoek kan plaatsvinden.

Stadsarcheoloog Anja van Zalinge in gesprek met een journalist van RTV Noord-Holland
Stadsarcheoloog Anja van Zalinge in gesprek met een journalist van RTV Noord-Holland
IMG_3490
Een zerk wordt gelicht – 1
IMG_3494
Een zerk wordt gelicht – 2
Bovenaanzicht
Bovenaanzicht

 

Print dit artikel Print dit artikel