Bavodag 3 oktober: met de voorstelling Escher & Bach. Meer informatie

/Frans Hals;  Afronding project grafzerk(en) en naamplaat (versie maart 2022) Dick Dijkstra.

Na afronding van dit project lijkt het mij goed dat iedere rondleider over voldoende informatie beschikt om vragen omtrent de twee grafzerken van Frans Hals te kunnen beantwoorden.
De aanleiding voor dit project was dat ik het al geruime tijd heel vreemd vond dat er op het graf van Frans Hals (in het koor nummer 56) een moderne zerk lag, die sterk afweek van de omliggende, duidelijk oudere zerken. Op die moderne zerk was in sierlijke letters de naam van Frans Hals en zijn sterfjaar vermeld.

Een stukje geschiedenis.

Wij weten dat  Frans Hals begraven is in het graf van Nicolaes Ghyblant. Hij was de grootvader van Anneke of Anna Harmensdochter, de eerste vrouw van Frans Hals. In het Graft register der Kerk van 1666-1667 is vermeld dat op  “Den eersten September……een openinck in de Groote Kerck.….was gemaakt….voor Frans opt Koor no 56. Op deze oude zerk was echter de naam van Frans Hals niet aangegeven. Alleen de contouren van een oud familiewapen waren (en zijn) nog zichtbaar evenals de naam van Nicolaes Ghyblant.

Nicolaes Ghyblant was de grootvader van Anneke of Anna Harmensdochter, de eerste vrouw van Frans Hals. Als oud-schepen van de stad Haarlem had hij behoord tot de “notabelen” van deze stad.  In het koor werden voornamelijk mensen begraven die belangrijke functies hadden bekleed. Het lijkt dus vreemd dat ook Frans Hals in dit graf is begraven.

 Tot nu toe hebben wij steeds aangenomen dat dit graf door overerving in bezit gekomen is van Frans Hals, maar het is meer waarschijnlijk dat het graf heeft toebehoord aan zijn schoonzus Lysbeth Harmens en dat haar familie toestemming heeft gegeven om Frans Hals ook te begraven in dit graf, waarbij echter niet zijn naam vermeld werd op de zerk.

Op zich was het heel bijzonder dat de schilder Frans Hals in het koor is begraven. Kunstenaars, en misschien wel schilders in het bijzonder, moesten het in die tijd meestal met een iets bescheidener plaats doen. Het graf van tijdgenoot Rembrandt bijvoorbeeld is niet terug te vinden in de Nieuwe Kerk, terwijl wel bekend is dat hij daar begraven is. Alleen tijdgenoot Pieter Saenredam  (1597-1665) kreeg een herkenbare eigen zerk in de Bavo, weliswaar ook niet in het koor, maar in de zuidelijke  kooromgang. Wat misschien ook meespeelde was dat over Frans Hals wel gezegd werd dat hij de laatste jaren een wat ongeregeld leven leidde en financieel niet in goeden doen was. Termen als losbol werden wel gebruikt, terecht of niet. Hoe dan ook, men vond het destijds kennelijk verstandiger om zijn naam niet te vermelden op de zerk. Opvallend is dat Frans Hals na zijn overlijden vrij snel in vergetelheid raakte. Zijn schilderstijl week duidelijk af van de precieze stijl die tijdgenoot Rembrandt hanteerde. Pas na ruim tweehonderd jaar kwam daar verandering in.

We maken een sprong in de geschiedenis:

In 1862 werd het Stedelijk Museum (de voorloper van het Frans Hals Museum) in Haarlem gevestigd, toen nog op de bovenverdieping van het stadhuis. De tentoongestelde werken trokken veel publiek,  waaronder  impressionisten van naam als  Theophile Thoré-Bürger en Max Liebermann die op hun beurt heel veel collega schilders opriepen om toch vooral naar Haarlem te komen om inzicht te krijgen in de schilderstijl van Frans Hals. Schilders als Monet, Manet en Vincent van Gogh kwamen naar Haarlem om de werkwijze van Frans Hals te bestuderen. Hij  werd als het ware herontdekt. Haarlem werd een heel belangrijke stad voor de Kunst en werd zelfs  “ Het Florence van het Noorden of  het “Lourdes van de schilders” genoemd,  Velen beschouwden Frans Hals als Impressionist “Avant La Lettre”.

 In 1913 werd de kunstverzameling van de Gemeente overgebracht naar het gebouw dat oorspronkelijk gebouwd was als Oudemannenhuis, in 1810 een weeshuis werd en nu bekend is als het Frans Hals museum.

Bij de herdenking van het 250e sterfjaar van Frans Hals in 1916 werd in het Haarlems Dagblad van 29 augustus  geschreven over een bescheiden hulde die gebracht is aan de nagedachtenis van de Haarlemsche schilder Frans Hals en dat het toch van eerbied zou getuigen wanneer de oude grafsteen (dat is dus de zerk met de naam N. Ghyblant) ook zou worden voorzien van de naam van Frans Hals door een eenvoudig opschrift, b.v. een koperen gedenkplaat.  Het heeft overigens nog tot 1924 geduurd voordat deze voorziening werd aangebracht. Uit een krantenbericht in de “Gooi en Eemlander” uit 1924 blijkt echter dat er geen koperen, maar een stenen plaat is aangebracht, vervaardigd door de kunstenaar B. Richter uit Amsterdam, met de tekst : FRANS HALS / BEGRAVEN / 1 SEPTEMBER 1666. Vanaf dat moment was de naam van Frans Hals dus eindelijk zichtbaar op de oude zerk van N. Ghyblant

 In 1962 bestond het Frans Hals museum, gerekend vanaf de start als Stedelijk museum, 100 jaar. Dit werd gevierd werd met een grote tentoonstelling, die samenviel met het Holland Festival. Op de openingsavond vonden 1200 genodigden een plaats in de Bavo. Om Frans Hals te eren is toen besloten dat hij een nieuwe, alleen aan hem gewijde “eigen” zerk zou krijgen, naar een ontwerp van S.L. (Sem) Hartz een welbekende graveur, destijds werkzaam bij de fa Enschedé te Haarlem. Deze zerk werd, in drie regels onder elkaar, voorzien van de tekst: FRANS HALS / 0biit / MDCLXVI. Het grafnummer 56 werd ook op deze zerk aangebracht.

EN NU GEBEURDE ER IETS HEEL EIGENAARDIGS:

De nieuwe zerk is toen op de plaats van de oude gelegd (dus op het graf van Nicolaes Ghyblant)  en de oude zerk is drie plaatsen naar rechts opgeschoven. Helaas is daarbij ook de stenen plaat zoek geraakt. Misschien vond men het te verwarrend als er nu twee zerken zouden zijn waarop de naam en overlijdensdatum van Frans Hals vermeld stond.

Steeds meer raakte ik ervan overtuigd dat het niet meer in deze tijd paste dat de oude zerk (van vóór 1600! ) niet meer op het oorspronkelijke graf lag, maar gewoon drie plaatsen naar rechts was gelegd en ontdaan van de naam van Frans Hals. Laat duidelijk zijn dat ik het niet veroordeel dat dit 80 jaar na de “herontdekking” van Frans Hals als “Impressionist”, gebeurde. We moeten niet vergeten dat de waardering voor de schilder vanaf ongeveer 1880  enorm was toegenomen. De bedoeling was dan ook respect te tonen voor de schilder en zijn werk door hem een “eigen” zerk te geven. Die bedoeling was goed en wellicht ook passend in de zestiger jaren van de vorige eeuw, maar ik bleef het jammer vinden dat de oude zerk hiervoor was ingeruild was voor een moderne, vlakke zerk zonder “geschiedenis”.

Ik besloot om te proberen of de oude situatie van vóór 1962 misschien weer in ere hersteld zou kunnen worden. Dat had nog heel wat voeten in de aarde, maar allengs waren er meer medestanders en werd er tenslotte in de rondleiders vergadering besloten dat ik hiermee door zou moeten gaan. Ook het bestuur van de vereniging “Vrienden van de Bavo” stelde zich positief op. Wel werd gezegd dat ik dan haast moest maken, want het koor zou een grote restauratiebeurt krijgen en de eerste stap zou zijn het egaliseren van de zerken.

Omdat het verhaal ging dat het Frans Hals museum de kosten zou hebben gedragen van de zerk die gelegd was in 1962 en ook omdat wij het Frans Hals museum graag op de hoogte wilden stellen van onze plannen werden Ann Demeester (directeur) en Marrigje Rikken (hoofd collecties) door ons, Jean Laurey, voorzitter Ver. Vrienden van de Bavo en Penny Sandford, voorzitter werkgroep rondleiders en ondergetekende, uitgenodigd voor overleg. Zij gaven aan in de archieven niets te hebben kunnen vinden over een bijdrage aan de nieuwe zerk. Wel bleken zij zéér ingenomen met het voorstel om de oude steen weer terug te brengen op de oorspronkelijke plaats.

Even werd nog gesproken over het nut en de mogelijkheid van een DNA test op eventuele botresten, dit naar aanleiding van een mogelijke vingerafdruk van Frans Hals, die op een schilderij was aangetroffen, maar al gauw werd door stadsarcheoloog Anja van Zalinge duidelijk gemaakt dat dat geen enkele zin had. Het graf was namelijk al meerdere malen geruimd, kans op succes was als nihil te beschouwen en de kosten zouden torenhoog zijn.

Ook het College van Kerkrentmeesters is uiteindelijk akkoord gegaan met het voorstel.

De volgende stap was de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE). Zij lieten weten bezwaren te hebben het verwijderen van de zerk uit 1962, omdat men van mening was dat deze inmiddels gezien zou moeten worden als tijdlaag, passend bij de denkwijze van de jaren zestig van de vorige eeuw. Wij (Penny, Jean en ondergetekende) hadden daar geen bezwaar tegen en bovendien hadden wij als rondleiders dan ook een leuk verhaal. Ook wilde men niet dat er opnieuw in de oude steen gebeiteld zou worden. In 1973 schrijft historicus Thierry de Bye Dólemman dat er in het begin van de 20e eeuw een minder fraaie inscriptie met naam en begraafdatum is aangebracht. “Dit alles is na het verplaatsen van de zerk weer weggeBEITELD”.  Dat “gebeiteld” bracht ons op een dwaalspoor.

Tijdens een heel plezierig onderhoud met Prof. Dr. D.J. de Vries, verbonden aan de genoemde Rijksdienst, kwam de krant uit 1916 weer op tafel en ontdekten wij pas toen dat de naam van Frans Hals niet in de zerk gebeiteld was, maar aangebracht d.m.v. verlijming van een stenen plaat. Kennelijk is deze verwijderd van de oude zerk, na het leggen van de nieuwe zerk in 1962. Men vond het kennelijk genoeg om op de nieuwe zerk alleen de naam van Frans Hals te vermelden. Gelukkig kregen we daarna toestemming van de R.C.E. om de oude zerk weer terug te brengen naar de oorspronkelijke plaats en die, door verlijming, te voorzien van een nieuwe koperen plaat. De zerk uit 1962 kon dan weer op de vrijgekomen plaats gelegd worden. Ook de gemeente Haarlem moest op het laatst nog instemmen met het verwisselen van de zerken, maar dat lukte nog net toen de oude zerk al bijna in de takels hing.

 De oude zerk ligt nu dus weer boven het graf waarin Frans Hals in 1666 begraven is. Een historisch moment.

 Daarna kwam de koperen plaat aan de orde, Welk materiaal en welk lettertype moest worden gekozen. Konden wij wel of niet zijn “monogram” aan laten brengen? Gelukkig hebben wij zijn “monogram” op diverse schilderijen aangetroffen en was het verantwoord om dat ook zichtbaar te maken op de nieuwe plaquette.

De afsluiting van het project vond plaats op 31 augustus 2021, tijdens een feestelijke bijeenkomst, waarbij de geachte gasten Ann Demeester, directeur Frans Hals museum en   dhr Norbert Middelkoop, conservator Oude Kunst en ondergetekende het woord voerden, waarna de nieuwe plaquette op de oude zerk  door mij onthuld mocht worden. Tenslotte werden door Marrigje Rikken, hoofd collecties Frans Hals Museum en Penny Sandford , voorzitter werkgroep rondleiders bloemen gelegd op het graf.

Mijn doel (de situatie van vóór 1962 herstellen) is volledig bereikt. Dit stemt tot grote voldoening en alle betrokkenen bij dit project dank ik hierbij van harte voor hun medewerking.

Dick Dijkstra, maart 2022

Translate »